Schrif­te­lijke vragen uitvoering gewij­zigde motie 749 ‘Behoud Limburgse nationale parken en bevor­deren toerisme en recre­atie’


Geacht college,

Afgelopen vrijdag stond aanvankelijk de uitvoering van de gewijzigde motie 749 Rossel c.s.geagendeerd ter bespreking in de Statencommissie Financiën, Economie en Bestuur (FEB). Dooronverwachte omstandigheden moest de indiener van verzoek de vergadering vroegtijdig verlaten. Opverzoek is het bespreekstuk alsnog laat in de middag van de agenda gehaald. Allereerst onze excusesrichting Gedeputeerde Geurts en ambtenaren die mogelijk tevergeefs hebben zitten wachten.

Op 18 maart 2016 is bij de behandeling in Provinciale Staten van G-16-002 StatenvoorstelInvesteringsprogramma Toerisme en Recreatie 2016-2019 door mijzelf motie 749 ingediend. De motiewerd door alle fracties in Provinciale Staten samen ingediend. Vervolgens werd de motie met algemenestemmen aanvaard.

Het dictum van de motie luidt als volgt:

Verzoeken het college van Gedeputeerde Staten om bij de uitvoering van het InvesteringsprogrammaToerisme en Recreatie te zoeken naar structuurversterking en verdienmodellen qua toerisme en recreatie inen rondom de 3 Limburgse nationale parken.

Reeds op 20 januari 2017 heeft al een eerdere bespreking plaatsgevonden overde uitvoering van de betreffende motie. Dat geschiedde ook in de Statencommissie FEB. Dit is terug tevinden in het gewijzigde verslag dat op 10 maart 2017 is vastgesteld. Alle partijen hebben toen aangegevendat toerisme en recreatie leidend is en de motie en uitvoering daarvan in FEB thuishoort. GedeputeerdeGeurts deed toen toezegging 2704: Gedeputeerde Geurts zegt toe voor de zomer 2017 een startnotitie naarPS te zenden inzake ver-dienmodellen met betrekking tot natuur en toerisme en deze te bespreken in decommissie FEB.

Niet voor de zomer, maar pas op 2 november jongstleden kwam dan eindelijk de strategischeuitwerkingsnotitie 'Natuurlijk beleven we meer'. Deze zou gehoor geven aan de betreffende motie 749 enaan toezegging 2704.

De motie vraagt expliciet naar twee aspecten, bij de uitvoering van het Investeringsprogramma Toerismeen Recreatie te zoeken naar:
1. structuurversterking qua toerisme en recreatie in en rondom de 3 Limburgse nationale parken;
2. verdienmodellen qua toerisme en recreatie in en rondom de 3 Limburgse nationale parken.

De strategische uitwerkingsnotitie is met veel aandacht gelezen. Helaas moeten wij echterconcluderen dat er de facto nauwelijks tot niets gebeurt met motie 749 en, nog veel belangrijker, destructuurversterking en de mogelijke verdienmodellen met betrekking tot de 3 Limburgse nationale parken.

Helaas heeft de gevraagde bespreking afgelopen vrijdag niet meer kunnen plaatsvinden waardoor hetstandpunt van de mede indieners van de motie momenteel niet duidelijk is. Echter stellen wij onderstaande vragen. Op basis van de te verkrijgen antwoorden zullenwij overwegen het onderwerp opnieuw ter bespreking te agenderen.

  1. Vanaf 2016 is in de Provincie een nieuw collectief stelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheervan start gegaan. Dit stelsel heeft als voordeel dat voor de gebieden waar agrarisch natuur- enlandschapsbeheer zal plaatsvinden in Limburg één subsidiebeschikking wordt afgegeven aan ééncollectief (in plaats van circa 2000 individuele beschikkingen). Het collectief Natuurrijk Limburg vormthet loket en sluit de contracten af met de beheerders. De betreffende subsidieregelingen (SKNL enSVNL en sub.verord. plattelandsontw.) reppen met geen woord over de 3 nationale parken in Limburg.Met de eerste regeling worden grondeigenaren en gebruikers van natuurterreinen gefaciliteerd omlandschapselementen in stand te houden en te beheren. De tweede richt zich oplandbouwondernemingen. Hoe wordt hiermee concreet invulling gegeven aan de motie? Hoe wordende Nationale Parken nu hierin betrokken?

  2. De Provincie heeft in 2016 afspraken gemaakt met gemeenten in de regio om tot een integraalprogramma Nationaal Landschap Zuid-Limburg te komen. Met het daaruit voortvloeiende programma‘Landschap in het hart van de samenleving’ wordt getracht het uniek landschap, de biodiversiteit en decultuurhistorie binnen de regio Zuid-Limburg te versterken. Dit gebeurt op basis van de belangrijkstemaatschappelijke opgaven uit het coalitieakkoord. Dit met het doel om in een samenspel van stad enlandelijk gebied een duurzame perspectiefvolle economische dynamiek in Zuid-Limburg te creëren. Hetprogramma is eind 2017 voorzien. Ten eerste, het programma is dus nog niet af. Ten tweede, dit geeftons de indruk dat de belangrijkste maatschappelijke opgaven op dit gebied, zoals verankerd in hetcoalitieakkoord, als uitgangspunt worden genomen. Dit impliceert dat de vermaatschappelijking van denatuur een prioriteit heeft, en niet zo zeer het behoud ervan. Want juist behoud van de natuurwaardenis essentieel voor de toeristische waarde, of niet? Hoe geeft dit nu uitvoering aan de motie?

  3. Het RivierPark Maasvallei. Een initiatief van Belgisch en Nederlands Limburg. Aan Nederlandse zijdewerken de zes Maasgemeenten, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Provincie Limburg reedssinds 2014 samen aan het project RivierPark Maasvallei om o.a. de toeristisch-recreatieve ontwikkelingvan het Rivierpark te versterken. Waarom heeft het college het hier over een samenwerking aan deBelgische grens? Het behoud van de 3 parken, De Meinweg, De Maasduinen en De Grote Peel vormenhet onderwerp van de motie. De eerste twee grenzen aan Duitsland en de laatste grenst aan deProvincie Noord-Brabant. Dit staat hier geheel los van. Wat gaat er nu gebeuren met de 3 NationaleParken en de structuurversterking daar rondom (zoals de motie verzoekt)?

  4. Bidbook Grenspark Limburg: werken aan een gezamenlijke marketingstrategie. In 2016 hebbennationale parken De Maasduinen en De Meinweg een gezamenlijke bidbook uitgebracht voor hetgehele grensgebied van de provincie, onder de titel: Grenspark Limburg, hoogtepunt van Nederland.Dit in het kader van de publieksverkiezing ‘Mooiste natuurgebied van Nederland’. Volgens het college,heeft deze samenwerking een extra impuls gegeven aan verdere inhoudelijke en programmatischeuitbouw en profilering. De aansluiting van De Grote Peel aan deze samenwerking is een indicatie
    daarvoor, aldus het college. Echter was het bidbook met een zesde plaats weinig succesvol. Welke rol was voor de Provincie in dit verhaal weggelegd? Het college vertelt hier over een vruchtbare samenwerking tussen de twee parken. En hoe de lokale partijen zoals vrijwilligers, organisaties, gemeenten en bedrijven zich dagelijks inspannen om deze parken in stand te houden en verder te ontwikkelen. Wat is de bijdrage van de Provincie hierin? Wat wordt er nu geïnitieerd om een succesvollere business case te ontwikkelen dan het gefaalde bidbook?

5. Uit de bovenstaande 4 inhoudelijke vragen naar aanleiding van de strategische uitwerkingsnotitieschemert al door dat het over van alles gaat, maar nauwelijks tot niet over de 3 nationale parken inLimburg.

a) Bent u überhaupt bereid motie 749 uit te voeren, zoals besproken en besloten in ProvincialeStaten op 18 maart 2016? Zo nee, waarom niet?

b) Waarom komen de 3 nationale parken nauwelijks tot niet terug in de toegezegde notitie?

c) Wat zijn de ambities en concrete plannen van uw college om te komen tot de (1)structuurversterking en (2) verdienmodellen qua toerisme en recreatie rondom de 3 nationaleparken? Iets was unaniem door Provinciale Staten is verzocht.

d) Binnen welke termijn mogen wij een voorstel/plan van aanpak verwachten dat wél uitvoeringgeeft aan motie 749?

e) Bent u bereid – gelet op het feit dat al meerdere keren de correcte uitvoering van motie 749ter discussie heeft gestaan – om een volgend voorstel/plan van aanpak sonderend aanProvinciale Staten aan te bieden?

Alvast bedankt voor uw zorgvuldige beantwoording.

Met vriendelijke groet,

Pascale Plusquin

Partij voor de Dieren


Algemene reactie

Er liggen in Limburg volop kansen op het snijvlak van toerisme & recreatie, natuur- enplattelandsontwikkeling en er gebeurt ook al een hoop op dit gebied. Deze ontwikkelingen hebben wij inde strategische uitwerkingsnotitie voor u in beeld willen brengen, waarbij we ook nader zijn ingegaan opde motie Rossel c.s inzake de nationale parken en het bevorderen van toerisme en recreatie. Tijdens deStatencommissie Financiën, Economische Zaken en Bestuur van 20 januari 2017 hebben wij u eennotitie hierover toegezegd (T2704). De Nationale Parken zijn parels in onze provincies, maar omdat juistook de ketting die deze aan elkaar verbindt van belang is, hebben wij de vrijheid genomen om een brederpalet te schetsen in de notitie dan sec de nationale parken.

Veel gaat goed, maar het kan altijd beter. Dat gebeurt niet als alleen een Provincie daarin investeert oferaan trekt, maar dat moet gebeuren door álle partners in het veld. Een gedragen verantwoordelijkheid iscruciaal. Een simpel ‘verdienmodel’ is er niet. Het gaat eerder om strategische partnerships waarin iedereen bijdrage levert aan een gezamenlijk doel en ook gezamenlijk middelen bij elkaar brengt. Het is duseen zoektocht naar nieuwe en alternatieve financierings- én uitvoeringsmodellen. Dit hebben wij in denotitie ‘bijverdienmodellen’ genoemd.

Vraag 1) Vanaf 2016 is in de Provincie een nieuw collectief stelsel voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheervan start gegaan. Dit stelsel heeft als voordeel dat voor de gebieden waar agrarisch natuur- enlandschapsbeheer zal plaatsvinden in Limburg één subsidiebeschikking wordt afgegeven aan ééncollectief (in plaats van circa 2000 individuele beschikkingen). Het collectief Natuurrijk Limburg vormt hetloket en sluit de contracten af met de beheerders. De betreffende subsidieregelingen (SKNL en SVNL ensub.verord. plattelandsontw.) reppen met geen woord over de 3 nationale parken in Limburg. Met deeerste regeling worden grondeigenaren en gebruikers van natuurterreinen gefaciliteerd omlandschapselementen in stand te houden en te beheren. De tweede richt zich oplandbouwondernemingen. Hoe wordt hiermee concreet invulling gegeven aan de motie? Hoe worden deNationale Parken nu hierin betrokken?

De subsidieverordening Natuur- en landschapsbeheer (SVNL) kent twee sporen. De regeling richt zichenerzijds op het beheer van bestaande natuurterreinen en anderzijds op agrarisch natuur- enlandschapsbeheer. Door middel van deze regeling stimuleert de provincie grondeigenaren engrondgebruikers (agrarische) natuurterreinen en landschapselementen binnen de provincie in stand tehouden en op correcte wijze te beheren.

Vanuit de eerste lijn wordt er natuurontwikkeling gesubsidieerd o.a. binnen de grenzen van de NationaleParken (tevens Natura 2000 gebieden). Het tweede spoor "agrarisch natuur- en landschapsbeheer" isniet specifiek toegespitst op beheer rond de Nationale Parken. De regeling richt zich dus niet opstructuurversterking en verdienmodellen, maar biedt wel een basis voor het aantrekkelijker maken van deNationale Parken.

Vraag 2) De Provincie heeft in 2016 afspraken gemaakt met gemeenten in de regio om tot een integraalprogramma Nationaal Landschap Zuid-Limburg te komen. Met het daaruit voortvloeiende programma‘Landschap in het hart van de samenleving’ wordt getracht het uniek landschap, de biodiversiteit en decultuurhistorie binnen de regio Zuid-Limburg te versterken. Dit gebeurt op basis van de belangrijkstemaatschappelijke opgaven uit het coalitieakkoord. Dit met het doel om in een samenspel van stad enlandelijk gebied een duurzame perspectiefvolle economische dynamiek in Zuid-Limburg te creëren. Hetprogramma is eind 2017 voorzien. Ten eerste, het programma is dus nog niet af. Ten tweede, dit geeftons de indruk dat de belangrijkste maatschappelijke opgaven op dit gebied, zoals verankerd in hetcoalitieakkoord, als uitgangspunt worden genomen. Dit impliceert dat de vermaatschappelijking van denatuur een prioriteit heeft, en niet zo zeer het behoud ervan. Want juist behoud van de natuurwaarden isessentieel voor de toeristische waarde, of niet? Hoe geeft dit nu uitvoering aan de motie?

Het definitieve programma ‘Landschap in het hart van de samenleving’ wordt begin maart 2018aangeboden aan GS en PS (conform een toezegging in de Statencommissie Ruimte, Landbouw enNatuur van 1 september 2017). De kern van dit programma is om met een samenhangend geheel van
13 zogenaamde hefboomprojecten te werken aan een duurzame economische dynamiek in Zuid-Limburgmet behoud en versterking van de natuur- en landschapswaarden die het gebied zo bijzonder énaantrekkelijk maken.

Dit alles vanuit het besef dat de groen- en cultuurrijke landschappen in Limburg een belangrijke factorvormen in het Limburgse vestigingsklimaat. Hiermee komt ook het samenspel van stad en landelijkgebied in beeld. Juist door de beide ogenschijnlijke tegengestelden met elkaar te verbinden, ontstaatmeer beleving en betrokkenheid bij de groene omgeving. Deze begint met o.a. groen in de stad en eindigt– via de stads-landzones – in landschaps- en Nationale parken. Het bevorderen van deze beleving is juisteen van de pijlers binnen de vermaatschappelijkingsopdracht.

Vraag 3) Het RivierPark Maasvallei. Een initiatief van Belgisch en Nederlands Limburg. Aan Nederlandse zijdewerken de zes Maasgemeenten, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en Provincie Limburg reeds sinds2014 samen aan het project RivierPark Maasvallei om o.a. de toeristisch-recreatieve ontwikkeling van hetRivierpark te versterken. Waarom heeft het college het hier over een samenwerking aan de Belgischegrens? Het behoud van de 3 parken, De Meinweg, De Maasduinen en De Grote Peel vormen hetonderwerp van de motie. De eerste twee grenzen aan Duitsland en de laatste grenst aan de ProvincieNoord-Brabant. Dit staat hier geheel los van. Wat gaat er nu gebeuren met de 3 Nationale Parken en destructuurversterking daar rondom (zoals de motie verzoekt)?

Zoals in de algemene reactie aangegeven, hebben wij in deze notitie een breder perspectief willenschetsen voor wat betreft de vele kansen van synergie tussen diverse sectoren, zoals toerisme enrecreatie en natuur- en plattelandsontwikkeling. Beide verantwoordelijke portefeuillehouders zoekenelkaar op vanuit de kaders die door uw Staten zijn vastgesteld, waarin de onderlinge verbindingen encrossovers expliciet als kansen zijn genoemd. Het Rivierpark Maasvallei, maar ook het Buitengoed Geulen Maas en de Maas-Schwalm Nette samenwerking zijn hiervan goede voorbeelden. Zoals reeds eerderaangegeven is juist het versterken van het snoer dat de parels (de Nationale Parken) met elkaar verbindt,van eminent belang voor een duurzame toekomst.

Vraag 4) Bidbook Grenspark Limburg: werken aan een gezamenlijke marketingstrategie. In 2016 hebben nationaleparken De Maasduinen en De Meinweg een gezamenlijke bidbook uitgebracht voor het gehelegrensgebied van de provincie, onder de titel: Grenspark Limburg, hoogtepunt van Nederland. Dit in hetkader van de publieksverkiezing ‘Mooiste natuurgebied van Nederland’. Volgens het college, heeft dezesamenwerking een extra impuls gegeven aan verdere inhoudelijke en programmatische uitbouw enprofilering. De aansluiting van De Grote Peel aan deze samenwerking is een indicatie daarvoor, aldus hetcollege. Echter was het bidbook met een zesde plaats weinig succesvol. Welke rol was voor de Provinciein dit verhaal weggelegd? Het college vertelt hier over een vruchtbare samenwerking tussen de tweeparken. En hoe de lokale partijen zoals vrijwilligers, organisaties, gemeenten en bedrijven zich dagelijksinspannen om deze parken in stand te houden en verder te ontwikkelen. Wat is de bijdrage van deProvincie hierin? Wat wordt er nu geïnitieerd om een succesvollere business case te ontwikkelen dan hetgefaalde bidbook?

In een inschrijvingsveld van ruim 20 deelnemers is het Limburgse bid – zoals u correct constateert –geëindigd op een eervolle zesde plek. De Provincie heeft in het proces van de verkiezing zowelcapaciteit, in de persoon van een projectleider en ambtelijke ondersteuning, alsook budget beschikbaargesteld. Het was echter slechts een eerste stap op de weg van de transitie Nationale Parken in Limburg.Als Provincie nemen we hierin nadrukkelijk ook onze verantwoordelijk. Zo stellen wij nog steedscapaciteit beschikbaar in de vorm van een procesmanager transitie Nationale Parken Limburg.

Binnen de Nationale Parken is – in de lijn van het Bidbook- in het voorbije jaar gestart met het opzettenvan nieuwe projecten en het ontwikkelen van een nieuw profiel. Zo wordt bijvoorbeeld gewerkt aan deverdere uitwerking van de in het bidbook benoemde icoonprojecten ‘Grenslandroute’ (een wandel-/fietsroute van zo’n 500 km langs de gehele grens van Limburg) en het project ‘Van bezoeker totonderzoeker’. Het uiteindelijke doel is het ontwikkelen en en duurzaam verankeren van GrensparkLimburg. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de Nationale Parken, maar wordt nadrukkelijk ook naarde omgeving en andere landschapsparken gekeken. Hiermee komt op termijn een doorontwikkeling naar” Landgoed Limburg” mogelijk; naar internationaal voorbeeld.

Dit alles kan niet los worden gezien van het feit dat landelijk gewerkt wordt aan een nieuwe standaardvoor de Nationale Parken. Deze landelijke ontwikkelingen volgen wij op de voet.

Vraag 5) Uit de bovenstaande 4 inhoudelijke vragen naar aanleiding van de strategische uitwerkingsnotitieschemert al door dat het over van alles gaat, maar nauwelijks tot niet over de 3 nationale parken inLimburg.

a) Bent u überhaupt bereid motie 749 uit te voeren, zoals besproken en besloten in ProvincialeStaten op 18 maart 2016? Zo nee, waarom niet?

b) Waarom komen de 3 nationale parken nauwelijks tot niet terug in de toegezegde notitie?

c) Wat zijn de ambities en concrete plannen van uw college om te komen tot de (1)structuurversterking en (2) verdienmodellen qua toerisme en recreatie rondom de 3 nationaleparken? Iets was unaniem door Provinciale Staten is verzocht.

d) Binnen welke termijn mogen wij een voorstel/plan van aanpak verwachten dat wél uitvoeringgeeft aan motie 749?

e) Bent u bereid – gelet op het feit dat al meerdere keren de correcte uitvoering van motie 749ter discussie heeft gestaan – om een volgend voorstel/plan van aanpak sonderend aanProvinciale Staten aan te bieden?

Wij zijn van mening dat we motie 749 uitvoeren. We werken aan structuurversterking binnen de NationaleParken door samen met de betrokken partijen handen en voeten te geven aan het bidbook en concreteprojecten uit te werken en uit te voeren. Hieronder vallen meerdere projecten die een stevige link hebbenmet toerisme en recreatie. Daarnaast wordt ook de verbinding gezocht met andere maatschappelijkeuitdagingen zoals positieve gezondheid. Hiervan zijn er sprekende voorbeelden in de Nationale Parken,zoals de verbinding van natuur en gezondheid in NP De Groote Peel en NP de Maasduinen. Daarnaastwordt er, zoals in het antwoord op vraag 4 aangegeven, landelijk gewerkt aan een nieuwe standaard voorde Nationale Parken. Deze standaard wordt waarschijnlijk in de eerste helft van 2018 vastgesteld doorhet Rijk en het IPO. In de standaard worden ook aanbevelingen opgenomen over verdienmodellen enduurzame financiering, waarvan wij gebruik zullen maken.

Wij hebben aangegeven dat er niet zoiets is als een simpel ‘verdienmodel’, maar dat we zoeken naarstrategische partnerships waarin ieder een bijdrage levert aan een gezamenlijk doel en ook gezamenlijkmiddelen bij elkaar brengt. Zo zijn we bijvoorbeeld momenteel samen met Staatsbosbeheer bezig met hetvoorbereiden van een werksessie om samen met relevante partijen, van TBO`s tot VVV`s, te komen totgezamenlijke doelstellingen en projecten op het gebied van natuurtoerisme en –recreatie. En ook hetlandschapsfonds is een concreet voorbeeld van het zoeken naar nieuwe partnerships enfinancieringsmodellen, dat ook ten dienste kan komen van landschappelijke waarden in de NationaleParken. Omdat we dus ook buiten de nationale parken met het betreffende vraagstuk bezig zijn, hebbenwe de vrijheid genomen om een breder palet te schetsen in de notitie dan sec de nationale parken.

Rond de zomer van 2018 informeren wij u over de uitkomsten van de werksessie over natuurtoerisme en– recreatie en het vervolgtraject.

Gedeputeerde Staten van Limburg

voorzitter

secretaris