24 oktober 2025
Schrijven in de Staten - Honingbijen in de natuur
Hoe houden we het in balans?
We houden van bijen. Ze zijn fascinerend, belangrijk voor bestuiving en onmisbaar in veel ecosystemen. Maar wist je dat de populaire honingbij - hoe nuttig ook - in sommige natuurgebieden juist voor problemen kan zorgen?
In Nederland zien we dat steeds meer imkers hun bijenkasten plaatsen in of rond natuurgebieden.
Dat gebeurt vaak met de beste bedoelingen, maar het kan onbedoelde gevolgen hebben voor wilde bijen en andere insecten. Vooral in kwetsbare gebieden, zoals bijvoorbeeld de Biesbosch, is dat een punt van zorg.

Concurrentie om nectar
Honingbijen leven in grote volken en zijn bijzonder efficiënt in het verzamelen van nectar en stuifmeel. Dat is prachtig - maar het betekent ook dat ze voedselbronnen snel kunnen uitputten. Wilde bijen, die solitair leven en minder ver vliegen, komen dan letterlijk tekort.
Onderzoek van EIS Kenniscentrum Insecten laat zien dat bij een dichtheid van meer dan 3 bijenkasten per km² de populaties wilde bijen kunnen afnemen. In de Biesbosch zijn die aantallen soms acht keer zo hoog.
Staatsbosbeheer noemt het zelfs “intensieve veehouderij in een natuurgebied”.
Een recent experiment op het Toscaanse eiland Giannutri laat zien hoe schadelijk honingbijen kunnen zijn voor wilde bestuivers. De aantallen wilde bijen daalden met 80% nadat er bijenkasten waren geplaatst. Toen de kasten tijdelijk werden gesloten, herstelden de wilde soorten zichtbaar. Ze vertoonden bovendien rustiger en natuurlijker foerageergedrag — een teken dat ze anders onder druk staan door de dominante aanwezigheid van honingbijen.
De onderzoekers trokken een duidelijke conclusie: honingbijen, hoe nuttig ook in landbouw, kunnen in natuurgebieden een ecologische monocultuur veroorzaken. Ze ontnemen wilde bijen voedsel, verstoren bestuivingsprocessen en kunnen zelfs bijdragen aan een “extinction vortex” — waarbij planten minder gezond worden en over generaties verdwijnen.
Ook onderzoek in Californië liet zien dat honingbijen tot 80% van het stuifmeel op de eerste dag van bloei wegnemen — waardoor honderden wilde bijensoorten nauwelijks overlevingskansen hebben.
Wie zijn die wilde bijen eigenlijk?
Wilde bijen zijn er in allerlei soorten en maten. In Nederland leven ruim 360 soorten, waarvan een derde bedreigd is. Enkele voorbeelden:

- Zandhommel (Bombus veteranus) – ernstig bedreigd, komt nog slechts op enkele plekken voor.
- Knautiabij (Andrena hattorfiana) – afhankelijk van de knautia-plant, gevoelig voor voedselconcurrentie.
- Roodgatje (Sphecodes rubicundus) – parasitaire soort - afhankelijk van gezonde populaties andere bijen.
- Slobkousbij (Macropis europaea) – gespecialiseerd op moeraswespenbloem zeldzaam en kwetsbaar.

Deze soorten zijn vaak gebonden aan specifieke planten, bodems of nestelplekken. Ze kunnen zich niet zomaar aanpassen aan veranderingen in het ecosysteem - en zijn dus extra gevoelig voor verstoring.
Wat is dan wél verstandig?
Gelukkig zijn er duidelijke adviezen. Bestuivers.nl stelt voor om in natuurgebieden maximaal drie bijenkasten per km² toe te staan. In gebieden met zeldzame of bedreigde soorten kan dat zelfs minder zijn. En bij massale bloei — bijvoorbeeld van linde of heide — kan tijdelijk iets meer mogelijk zijn, mits goed afgestemd.
Ook in stedelijk gebied is maatwerk nodig. Sommige buurten zijn bloemrijk, andere juist niet. Gemeenten zoals Eindhoven werken met bufferzones van 500 meter rond waardevolle bijengebieden.
Samenwerken aan biodiversiteit
De Bijenstichting benadrukt dat het niet gaat om “de honingbij versus de wilde bij”.
Het draait om balans. Kleinschalige imkerij buiten kwetsbare zones kan prima samengaan met biodiversiteit, zeker als imkers actief bijdragen aan bloemrijke beplanting en bewustwording.
Daarom is overleg belangrijk. Een plaatsingsbeleid dat samen met imkers wordt opgesteld, werkt beter én voorkomt dat kasten net buiten de gebiedsgrens alsnog schade veroorzaken.

Tot slot
De honingbij is een waardevol dier - maar niet overal en altijd. Echte biodiversiteit vraagt om ruimte voor de wilde bij, voor ecologische complexiteit en voor natuur die niet ondergeschikt is aan economische belangen. Door goed te kijken naar locatie, dichtheid en timing kunnen we zorgen dat álle bestuivers een plek houden in onze natuur. Want biodiversiteit is geen bijzaak. Het is de basis.
Bronnen
Staatsbosbeheer – “Honingbijen in de Biesbosch: intensieve veehouderij in een natuurgebied?”
EIS/Naturalis – “Concurrentie tussen honingbijen en wilde bestuivers in de Biesbosch” (2021)
The Guardian – “The island that banned hives: can honeybees actually harm nature?”
Bijenstichting – “Honingbijen en wilde bijen: op zoek naar balans”
Bestuivers.nl – “Adviezen plaatsing bijenkasten i.v.m. voedselconcurrentie wilde bijen”